Cooperatieve beweging bezet en renoveert gebouwen in Buenos Aires

In de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires werkt de MOI (movimiento de occupaties y ilquilinos) , een cooperatieve beweging die leegstaande gebouwen bezet en renoveert, al twintig jaar aan een vernieuwend model voor de realisatie van het recht op wonen voor de armsten. Politieke strijd en de effectieve creatie van woningen gaan er hand in hand.
Catherine Antoine, bewoonster van de 123 en actief in het Ministerie van Wooncrisis, woont en werkt al verschillende maanden bij de MOI, een cooperatieve beweging die in Buenos Aeres gebouwen bezet en renoveert. In het onderstaande verslag gaat ze in op de geschiedenis, de principes en de praktische werkwijze van de MOI. Een inspirerend verslag!

Dit gebouw zou je 1 van de 123’s van Buenos Aires kunnen noemen. Het kadert in het programma van voorlopige huisvesting. 1 aspect van de gehele werking van de MOI (movimiento de occupaties y ilquilinos), die gedurende 20 jaar werd uitgebouwd.
Het heet hier “Programma de vivienda transitoria – PVT2” Het werd door de MOI in gebruik genomen met toestemming van de regering van het Hoofdstedelijke Buenos Aires “capital federal de Buenos Aires”. Wild bezette gebouwen zijn hier ook een realiteit en zijn niet te tellen.
Het is een oud klein ziekenhuisgebouw, het is centraal gelegen in de stad, 30 gezinnen kunnen er wonen en daarnaast zijn er 4 vergaderzalen en een professionele keuken. Daarom hebben er veel vergaderingen plaats van de MOI maar ook van andere groepen en bevriende organisaties. Groepen kunnen hier ook overnachten.
Het werken met transit woningen gebeurt sinds 1995. Hun belangrijkste verwezenlijkingen zijn de 7 coöperatieven in werf (kleine van een 10tal gezinnen en grotere met bijvoorbeeld 100 gezinnen) , 1 werkcooperatieve en 2 groepen in precooperatieve fase. Het uitzonderlijke is dat de werkcoöperatieve het gespecialiseerde werk doet en dat de coöperativisten zelf ook meewerken aan de constructie van hun eigen huis en dat de organisatie van de wooncooperative volledige “autogestion” is (zelforganisatie; indrukwekkend!).
Er komen slechts professionelen aan te pas voor gespecialiseerde beroepen zoals architect, advocaat, sociaal assistent en onderzoeksters. De wet legt op dat ze over dit mulidisciplinair team moetn beschikken.
Voor de rest heeft elk lid van de organisatie een taak in een van de commissies die de werking van de coöperatieve organiseren. Sommigen zoals de coördinator president of boekhouder van de organisatie hebben meer en grotere verantwoordelijkheden dan anderen.

“L. kuist een huis als job overdag, ’s avonds maakt ze de planning van de werf op, coördineert ze vergaderingen en geeft ze vorming aan mensen in pre-coöperatieve fase.”

Cooperativist worden

Iedereen die informatie wenst over de MOI of lid wil worden of een coöperatieve wil stichten kan wekelijks een informatiesessie bijwonen. Om lid te worden moeten de mensen de principes van de organisatie kennen en aanvaarden: de 3 pijlers van de organisatie zijn autogestion of eigen beheer, wederzijdse hulp en gemeenschappelijke eigendom en de groepen waartoe ze behoren CTA[1], Selvip[2], Hic[3].
Er wordt ook uitgelegd dat de MOI een politieke organisatie is. Geen partijpolitiek, hun onafhankelijkheid is heel belangrijk. Het is meer politiek van “begin bij je zelf, organiseer je, toon dat het mogelijk is om je te organiseren en samen te werken en huizen te bouwen zonder uitbuiting van de andere, zonder corruptie (Argentinië!)zonder beroep te doen op bedrijven. Ontwikkel de organisatie en werk mee aan het uitbouwen en ontwerpen van de regels en wetten van de staat die tegemoet komen aan onze noden.”
Wil je na die korte uitleg, doorgaan met de vorming om coöperativist te worden, dan schrijf je je in voor de bijkomende theoretische vorming die ze “Guardia” noemen. Die theoretische vorming zijn de drie pijlers van de organisatie, de “partenencias” de grotere groepen waar ze bijhoren: CTA[4], selvip[5], hic[6], maar ook de structuur en geschiedenis van de organisatie, cooperativisme. Dit is belangrijk omdat ze ook duidelijk maken in welke breder maatschappijvisie de organisatie past.
De laatste drie maanden ga je in pré-cooperatieve fase waarin je samen begint te sparen, je leefregels begint te ontwerpen voor het functioneren van de groep en je start met je bijdrage aan het werk op de werf in bestaande coöperatieven “ayuda mutua”.

Praktische vertaling

Eens je in de coöperatie opgenomen bent, wordt er 18u per week werk per familiegroep per week gevraagd (jongeren mogen vanaf 16jaar meehelpen). Daarnaast moet je je engageren in één van de werkgroepen (commissiones)
En deelnemen aan vergaderingen en werkgroepen: Obra (werf), Compras (aankopen prijzen opvragen aankoop organiseren), Ayuda mutua (wederzijdse hulp), Aportes (financiele bijdragen), Participaccion (participatie)
Daarnaast wordt er ook participatie gevraagd in één van de aréas van de organisatie: educatie, gezondheid, bibliotheken,… Dit alles wordt gecontroleerd door een puntensysteem dat zorgvuldig wordt bijgehouden en regelmatig geëvalueerd. Iedereen moet 100 punten halen per maand: 35 ayuda mutual, 30 aportes, 35 participacion, 20 cooperatieve en 15 organisatie.
Wat betreft “ayuda mutua” en “aportes” wordt goed bijgehouden wie wanneer aankomt en weer vertrekt. Wat participatie betreft worden soms aanwezigheden opgenomen maar soms ook niet hier telt vooral de attitude. Er wordt verwacht dat je actief bent. Nooit afwezig zijn maar nooit iets inbrengen of aanwezig zijn op werkdagen maar te lanterfanten en rondlopen zonder iets te doen is erger dan er ééns niet zijn. Op de wekelijkse vergadering ontbreekt nauwelijks iemand . Ik heb een paar keer gevraagd op bewoners vergaderingen, hoeveel afwezigen er waren. Van elke familie was er altijd iemand. Wanneer er woningen klaar zijn en er moet bepaalt worden wie erin mag gaan wonen wordt er naar de punten gekeken als objectief criterium.
De coöperatieve
Om je habitat uit te bouwen in een coöperatieve, moet je eerst een terrein bekomen. Verschillende coöperatieven kwamen op verschillende manieren aan hun terrein. De meerderheid heeft het goedkoop kunnen kopen omdat in die tijd de gronden niet zo duur waren. El Molino en La Fabrica kochten grote industriële gebouwen die helemaal ontmanteld werden en waarvan de materialen werden gerecycleerd. Sommigen waren van privé eigenaren anderen van des stad of staat. Vandaag zijn de gronden heel duur geworden en zien ze zich genoodzaakt om terreinen buiten de stad te kopen.
Er zijn ook groepen van bijvoorbeeld Peruaanse migranten die met een minimum aan organisatie al een 10 tal jaar een leegstaand gebouw bezetten. Ze komen vandaag onder hoge druk te staan om uitgezet te worden en zien in dat bij een grotere organisatie horen meer bescherming en hulp biedt.
Zo zijn er vandaag drie groepen die graag bij de MOI zouden willen aansluiten.
Dit brengt hen terug naar de begindagen van hun beweging. De eerste coöperatieven waren ook bestaande groepen op zoek naar ondersteuning. Omdat sommige gezinnen akkoord gingen met “meer organisatie” en sommigen niet, leidde dit soms tot breuken en op lange termijn uitsluiting uitzetting. Een bestaande groep en op zichzelf functionerende groep die zich moet aanpassen aan de regels en politieke visie van de MOI is niet evident.
Gemakkelijker is het om te werken met een “guardia” waarin je samen aan een vormingsproces begint met mensen die er bewust voor kiezen, en waar de minder gemotiveerden vanzelf afhaken. Er werden een drietal coöperatieven gevormd door de Guardia. Iemand informeert zich, schrijft zich in voor het vormingsproces en vormt een groep. Gaat daarna op zoek naar een terrein en middelen om een coöperatieve te realiseren.
Denk niet dat bouw en werking van een wooncooperatieve een rechte lijn is van idee naar doel. Als je de verhalen beluistert dan spreken ze van een voortdurende strijd om hun rechten te laten gelden. Ze hebben een wet gemaakt en goedgekeurd gekregen op hun lijf geschreven die de organisatie, het collectieve erkent als rechtspersoon om een lening te verkrijgen[7]. Maar dit betekent niet dat er politieke wil is om deze wet 341 ook uit te voeren. Door bureaucratische inefficiëntie en of onwil kan het dossier ergens in één van de 7 diensten waarlangs het dossier moet passeren blijven steken.
In elke etappe van de bouw moet een inspecteur langskomen die goedkeurt wat er is bijgebouwd en stelt een certificaat op dat opdracht geeft om het geld te storten voor de volgende etappe. Soms ligt de werf voor maanden stil omwille van deze administratieve rompslomp. Argentinië is een ongelooflijk bureaucratisch land daartegen is België de droom van administratieve eenvoud en vrijheid. Er waren verschillende harde acties zoals het bezetten van deze betrokken diensten. Om een idee te hebben: de organisatie bestaat 20 jaar en er zijn slechts 23 duplexen afgewerkt de wachttijd voor de meeste coöperativisten is reeds 10 jaar. Maar in die tijd bouw je wel een sterk humaan kapitaal op.

“wij geloofden in iets wat we niet zagen wat we ons alleen maar konden inbeelden. Het is een voortdurende strijd geweest maar wel met resultaat”

De uitdagingen voor de toekomst zijn een administratieve vereenvoudiging van de uitvoering van deze wet door het creëren van een unieke dienst die deze dossiers behandelt, of een wet op nationaal niveau. [8]
Naargelang je verder bent in het coöperatieve proces (na een jaar of 5, 6, 7), kan je een plaatsje krijgen in één van de PVT’s daardoor kan je heel wat geld uitsparen want je betaalt 180 pesos.
Een leuk neveneffect is dat verschillende families van verschillende coöperatieven er een tijdje hebben samen gewoond, wat maakt dat ze elkaar goed kennen. Er is ook geen betere mannier om te leren samenleven. Het moeilijke op dat moment is dat je twee samenwoonprojecten moet zien te verzoenen met je eigen leven, het samenleven in het tijdelijke programma en daarnaast ook je toekomstige woonst je coöperatieve: wekelijkse bewonersvergadering, deelname aan een commissie en de uren ayuda mutua.
De MOI slaagt erin om zonder de hulp van bedrijven hun gebouwen recht te zetten ze zijn sterk anti – kapitalistisch. Ze hebben een schrijnwerkerij en een ijzersmederij Met deze twee ateliers recycleren ze de materialen uit het ontmantelde gebouw tot ramen en deuren voor hun nieuwe appartementen duplexen. Ze hebben weinig middelen ze sparen veel geld uit door de grote omvang van hun arbeidskracht.
Al het ijzer van de werf wordt verzameld en verkocht iedereen heeft taken naargelang zijn haar capaciteiten. Niets gaat verloren.

De 3 pijlers

Ayuda Mutua (Wederzijdse hulp)
Is een middel om geld uit te sparen in de bouw (15%) van de woningen. Ayuda mutua is niet op de kinderen passen of koken (in sommige coöperatieven wel) het zijn de uren die een verschil maken voor de vooruitgang van de werf die tellen. Eén keer dat je 3000 uren bereikt hebt zal het aantal uur te presteren per week dalen.
Maar een belangrijk neveneffect van Ayuda Mutua en het fysieke werk die de coöperativistas en hun familiegroep leveren op de werf is dat er banden gesmeed worden. Dat het een gemeenschap wordt, het versterkt de groep coöperativisten.
Door concreet samen te werken aan eenzelfde doel komen relaties tot stand wordt er gewerkt aan solidariteit en de waarden van een coöperatieve worden benadrukt.
Het is hard werk maar ook samen eten en grappen uithalen en content zijn van het harde werk dat weer vooruit is gegaan.
Er worden ook om de haverklap feesten maaltijden en tombolas georganiseerd om geld in te zamelen.
Op die mannier is er veel aandacht voor groepsvorming. Ze zeggen hier dat coöperaties staan of vallen (want er zijn er gevallen) met de capaciteit om zich te organiseren en met plezier bijeente komen.
De werken die in Ayuda Mutua kunnen gedaan woorden zijn: schuren van metalenpalen en staven, terreinen effenen , de werf opkuisen, beton maken en gieten, nagels uit planken halen, zelf neerbogen maken uit bakstenen en beton, metsen …[9]
De werken worden wekelijks in de commissie werf van de coöperatie gepland en besproken samen met de architect van de technische ploeg. Het gespecialiseerde werk wordt gedaan door mensen van de werkcoöperatie die betaald worden voor hun geleverde werk.
Mensen op leeftijd moeten bijvoorbeeld het materiaaldepot beheren opschrijven wat er naar buiten gaat wat er weer binnenkomt en het gereedschap proper houden.
Autogestion
“Is de oefening om onze “eigen capaciteiten” te gebruiken om onze energiebronnen en middelen te beheren in functie van het algemeen belang.
Het is deel uitmaken van de discussies en beslissingen nemen met respect voor de bestemming die aan de publieke middelen gegeven werd.
Ook houdt dit de verantwoordelijkheid in om zich te organiseren, planningen op te stellen en de werken uit te voeren op de meest doeltreffende manier.
Onszelf vormend tonen we niet alleen aan dat we in staat zijn om het recht op wonen zelf af te dwingen maar ook dat we waardige uitvoerders zijn van onze sociale, culturele en politieke rechten.” ( vrij vertaald van de website)
Autogestion is het tegengestelde van ”gaan zitten en wachten tot iemand en huis bouwt en je de sleutel komt geven”
Autogestion slaat niet op het feit dat ze zelf huizen gaan bouwen maar wel op het opeisen van de middelen van de staat om zelf een antwoord te formuleren op de noden van de mensen.
Autogestion wordt hier geïnterpreteerd als een organisatie uitbouwen. Zich organiseren zodat het geheel draait in functie van het doel. iedereen heeft de plicht mee te werken alert te zijn en verantwoordelijkheid op te nemen. De financiële middelen beheren, vergaderen, coördineren, concreet werken in functie van een gemeenschappelijk doel een open en duidelijke boekhouding hebben.
Eerder een zakelijk interpretatie dus met “autogestion” als organisatiemiddel om in de maatschappij deel te nemen Als een kleine entiteit die de politiek kan bijsturen.
Het streefdoel is belangrijk. Woningen creëren maar ook politieke macht uitbouwen.
“autogestion” is niet als groep harmonisch kunnen samenleven. Hier gaan ze er vanuit dat mensen mensen zijn dat er altijd problemen zijn en zullen zijn in het samenleven interpersoonlijke en persoonlijke problemen krijgen relatief weinig aandacht, als de werf maar vooruit gaat.
Daarnaast wordt er soms in kleine groepjes van vertrouwelingen gewerkt rond huishoudelijk geweld bijvoorbeeld of de problemen die het leven met psychiatrische patiënten die ze ook in hun coöperatieven opnemen.
Gemeenschappelijke eigendom (propriedad collectiva)
Gebruiksrecht in plaats van privé-eigendom een centraal principe in hun werking. Want de appartementen die deze coöperatieven bouw(d)en zijn het resultaat van collectieve strijd of van het werk dat samen werd geleverd. Het gemeenschappelijk eigendom is een instrument om wat collectief bekomen werd niet individueel te verliezen.
“In ons voorstel is elk coöperatief lid geen eigenaar van zijn woning maar hij maakt zich mede eigenaar van het coöperatieve geheel en meer nog van de van de geschiedenis van de strijd, en van de ervaringen en verworvenheden van de MOI.”
Je werkt 10 jaar of langer mee aan de constructie van 100 WONINGEN, met elke week een minimum van 2 vergaderingen voor coöperatieve organisatie of werkgroepen en 18u fysieke arbeid. De dag dat je in je huisje binnengaat heb je geen papier dat je eigenaar bent van je woning, je zal eigenaar zijn van 100 woningen. Je moet vertrouwen in de organisatie, en in het beleid dat dit soort initiatieven zal blijven ondersteunen (niet vanzelfsprekend in Argentinië)
Dat deze vorm van wonen als een “zekere woning” gezien word, zegt iets over de maatschappij of het woningaanbod overgeleverd aan de markt of het gebrek aan een sociale zekerheidssysteem.
Hier is geen werkloosheidsuitkering, met een lening bij de bank wordt je uit je woning gezet als drie maand niet kan betalen. En zelfs al heb je bijvoorbeeld genoeg spaargeld, dan is het voor iemand die wat ouder is of een donkere huidskleur heeft zo goed als onmogelijk een lening te krijgen.
Andere voordelen van een woning in een coöperatieve is dat indien de stad andere plannen met het terrein heeft het minder gemakkelijk is om 50 mensen te onteigenen dan 1 persoon en het is nog minder gemakkelijk als je deel uitmaakt van een federatie.
En ook belangrijk, je kinderen kunnen het appartement niet overnemen als de coöperatieve niet akkoord gaat. Maar wat je ziet is dat kinderen van coperativistas zich inschrijven om het 9 maandenproces te doorlopen en jaren samen met anderen aan hun huisje te bouwen.
Dit idee van collectief eigendom was ook hier niet vanzelfsprekend ze spreken dan ook van cultuur, mentaliteitsverandering.

”De organisatie van een coöperatieve is een collectieve en solidaire praktijk. Als we nadenken over wat we doen dan begrijpen we dat onze acties kunnen en moeten bijdragen om nieuwe culturele basis te leggen. De culturele basissen van de nieuwe vrouw en man die de fundamentele principes en waarden van een kapitalistische maatschappij uitdagen.”

De praktijk en de reflectie over coöperatieven stelt onze individualistische en private reflexen en onze persoonlijke geschiedenis in vraag. Het komt erop aan om vanuit een andere inhoud en logica onszelf te herontdekken.
Een nieuw handelen te ontwikkelen met nieuwe logica inhoud in collectieve zin.
Ze steunen hier op vroegere ervaringen van hun continent de 30 jaren werk van de FUCVAM[10] en de geschiedenis van hun voorouders van dit continent (Inca structuur: el allu, la minga die vormen zijn van verplichtsmeedwerken aan openbare werken in het belang van de gemeenschap) en op de geschiedenis van strijd van de arbeidsbeweging. (Rochdale en socialisten van de 20ste Eeuw)
Buenos Aires ondergaat, zoals alle grote steden, grote processen eigen aan de kapitalistische maatschappij. De tendens van “city marketing” is goed zichtbaar de stad moet internationaal kapitaal aantrekken er zijn zones waar de privésector minder belastingen moeten betalen, waararbeidsreglementen flexiebeler zijn en waar er grote ontwikkelingsprojecten voor ontworpen worden. Het negatieve van dit fenomeen is dat sommige buurten niet meer passen in deze ontwikkeling en de arme bevolking moet zal verdwijnen doordat de huurprijzen stijgen, er op grond en gebouwen gespeculeerd word.[11]

“Collectief eigendom, als sociale institutie, zorgt voor zekerheid voor lage inkomens op lange termijn. Het dient om de kostprijs van de woning betaalbaar te houden, de kost van de productie van de woning, als er rotaties bestaan moet het toegankelijk blijven voor die sectoren die er collectief voor gestreden hebben in elk stukje van de stad. Ook om de bewustwording te bestendigen en op te bouwen voor de organisatie en komende generaties.
Zo oriënteert het collectieve eigendom de middelen van de overheid van de stad om de stad toegankelijk te houden voor arbeiders en mensen met een laag inkomen in plaats van de cultuur van het gratis geschenk te financieren of persoonlijk speculatief gedrag te tolereren.”

Erkennen dat de stad door iedereen gebouwd word. [12]

Geschiedenis

In de jaren ’80 werden veel leegstaande gebouwen bezet in die context werd de MOI geboren. Er volgden al snel voorstellen om het gebouw te renoveren of te kopen. Op het einde van de jaren ’80 werd de coöperatieve vorm gekozen als georganiseerd antwoord op huisvestingsproblemen en problemen voor aankoop van een woning. In de loop van de jaren ’90 werden een geheel van coöperatieve ervaringen ontwikkeld door de MOI samen met andere organisaties, die het recht op wonen opeisen. Ze confronteerden de stad Buenos Aires met het artikel 31 van de grondwet “recht op wonen” ze ijverden voor het recht op de stad en de erkenning van collectieve processen en het recupereren van leegstaande gebouwen.
Het samengaan van verschillende basisorganisaties, het vormen van een beweging, een gezamenlijke strijd, het onderhandelen met de stad, opende de deur voor sociale programma’s en publieke fondsen voor het bouwen van woningen in eigen beheer. Voordien ging het geld van de staat steeds naar grote constructiebedrijven voor een lening konden mensen alleen bij de banken terecht.
Zo wordt bereikt dat in het jaar 2000 de wet 341 gestemd werd. Die is belangrijk omdat het de eerste keer is coöperaties een lening kunnen verkrijgenvoor het bouwen van woningen.
Er werden met deze wet in Buenos Aires meer dan 100 een gebouwen gekocht, een aantal dozijnen kochten een terrein en begonnen zelf te bouwen.
Deze coöperatieven zijn projecten waarvan het belang duidelijk wordt op lange termijn het is niet gemakkelijk geweest. Elk gebouw cooperatieve heeft zo zijn specifiieke problemen.
In “la Union” bijvoorbeeld wou, ondanks de mooie naam, een deel van de families zich organiseren en een deel niet. Een deel van de mensen wou een deur en verlichting van de ingang en patio een ander deel had daar geen baat bij en brak verlichting en deur steeds weer open… (klinkt bekend in de oren) gereedschap werd gestolen … Ondanks dit alles zijn ze erin geslaagd om het terrein te kopen, en hun appartementen te bouwen. De ander bewoners willen nog steeds niet mee ondanks ontelbare pogingen van verschillende mensen van de organisatie om ermee te praten.
“La Fabrica” een enorme loods werd ontmanteld al het metaalgerecycleerd en binnen een jaar staan er zo een 120 woningen.
De bewonersvergaderingen verlopen alles behalve harmonisch. Er zijn problemen met mensen die hun “ayuda mutua” niet helemaal kunnen naleven of niet goed doen. Interpersoonlijke spanningen die niet opgelost geraken.
Op dit moment wil de architect op 1jaar voor het einde van de werken opstappen. Werkte heel vaak alleen de technische equipe blijkt geen equipe te zijn en hij moet vaak alleen opdraaien voor alle problemen en kan het niet meer aan. Na zoveel jaren. De werkomstandigheden zijn zwaar. Zware verantwoordelijkheden, nooit is er genoeg geld als je dan een coöperatieve hebt waar zich intern gaan tegenwerken, slaan de stoppen door als je er alleen voor staat.
In een ander coöperatieve “El Molino” verloopt dit veel vlotter daar is er een gezond evenwicht tussen vertrouwen hebben in uw mede coöperativisten en het uiteindelijke doel voorogen houden. Discussies ruzies zijn er zeker maar niet in diezelfde mate en de mensen lopen altijd met een glimlach rond en komen ook wanneer het niet moet.
Maar iedereen moet er zich ook proactief mee bezig houden, niets laten liggen de dingen aanpakken. Geen energie steken in angst dat de anderen niet gaan doen wat ze moeten doen, zorgen dat Het vooruitgaat en dat zo goed mogelijk werken. Toen er na de crisis van 2001 een probleem was voor de opvang van Psychiatrische patienten besloten ze 10% van de coöperatieven uit deze doelgroep zou bestaan. El Molino slaagt hierin maar het brengt ook de nodige zorgen met zich mee.
De coöperatieven organiseerden zich verschillend naargelang de tijd en middelen die er waren in verschillende fases. Eerst waren er de bezettingen zoals la Union en Peru waar de grond gekocht is door hun eigen spaargeld. Er bestond nog geen wet die coöperatieven een renteloze lening gaf. Er was de wet 341 maar ook ode oprichting van de werkcoöperatieve en het multidisciplinair team werd opgericht.
Omdat er meer en meer mensen zich kwamen melden omdat ze ook een coöperatie wilden starten begonnen ze met de guardia . mensen groeperen om samen nieuwe terrein te zoeken. Ze ijverden ondertussen voor de wet 341 die ervoor zorgt dat coöperatieven en mutualiteiten een renteloze lening kunnen krijgen om zelf te bouwen. De voorwaarden verbonden aan deze wet is dat alle projecten moeten samenwerken met een advocaat een architect een boekhouder en een socioloog. De Moi heft dit multidisciplinair team dat voor alle coöperatieven werkt.
“El molino” en “la fabrica kwamen zo tot stand.
Engagement
De coöperatieven vragen heel veel tijd van hun leden, om niet te zeggen al je tijd. Ze halen hier ook gemakkelijk 3 avondvergaderingen per week per persoon. Wat maakt dat het engagement zo groot is?
De lonen in Argentinië zijn heel erg laag. Je verdient genoeg om een kleine huur te betalen maar je moet niet denken aan een auto of op reis gaan. (tenzij uiterst low budget er zijn weinig mensen die op reis gaan)of gaan shoppen. De afleiding is niet zo groot je engagement is je leven.

[1] CTA central de trabajadores de Argentina, is een grote syndicale beweging die niet erkend wordt door de staat als vakbond. 1.413.447 leden
[2] Selvip SECRETARÍA LATINOAMERICANA DE VIVIENDA POPULAR is een organisatie die nadenkt over huisvestingspolitiek en habitat met autogestion , die nieuwe collectieven voortbrengt die dagelijks bouwen aan de macht van het volk voor een Latijns Amerika dat sociaal economisch en politiek bevrijd is van het neoliberaal kapitalisme.
Selvip werd gesticht door Fucvam en partners uit Sao Paulo en en de MOI uit Argentina vandaag zijn e rook partners uit Venezuela Chili Peru
[3] HIC La Coalición Internacional para el Hábitat , ontstond in 1976 ter gelegenheid van de eerste internationale conferentie van de VN over humane nederzettingen in Vancouver Er werd een Internationale organisatie gevormd onafhankelijk en zonder winstoogmerk. Vandaag heft de organistie meer dan 350 leden, basisorganisaties en niet gouvernementele organisaties,academici, vormings en onderzoekscentra, en mensenrechtenorganisaties in het werkdomein van habitat en huisversting van ongeveer 80 landen over heel de wereld. Het handelt als drukkingsgroep voor de verdediging van diegenen zonder dak, armen, zij die in slechte omstandigheden leven. Met het statuut van adviserende organisatie bij de VN vormt ze en stem in de definitie, promotie,verdediging,concrecion, van het recht op wonen op international niveau. Tegelijkertijd dient het als platformin voor het formuleren van strategien van de niet gouvernementele sectoren en het formuleren van publieke regelgeving en programmas inzake humane nederzettingen.
[4] CTA central de trabajadores de Argentina, is een grote syndicale beweging die niet erkend wordt door de staat als vakbond. 1.413.447 leden
[5] Selvip SECRETARÍA LATINOAMERICANA DE VIVIENDA POPULAR is een organisatie die nadenkt over huisvestingspolitiek en habitat met autogestion , die nieuwe collectieven voortbrengt die dgelijks bouwt aan de macht van het volk voor een latijnsamerika dat sociaal economisch en politiek bevrijd is van van het neoliberaal kapitalisme
Selvip werd gesticht door Fucvam en partners uit Sao Paulo en en de MOI uit Argentina vandaag zijn e rook partners uit Venezuela Chili Peru
[6] HIC La Coalición Internacional para el Hábitat , ontstond in 1976 ter gelegenheid van de eerste internationale conferentie van de VN over humane nederzettingen in Vancouver Er werd een Internationale organisatie gevormd onafhankelijk en zonder winstoogmerk. Vandaag heft de organistie meer dan 350 leden, basisorganisaties en niet gouvernementele organisaties,academici, vormings en onderzoekscentra, en mensenrechtenorganisaties in het werkdomein van habitat en huisversting van ongeveer 80 landen over heel de wereld. Het handelt als drukkingsgroep voor de verdediging van diegenen zonder dak, armen, zij die in slechte omstandigheden leven. Met het statuut van adviserende organisatie bij de VN vormt ze en stem in de definitie, promotie,verdediging,concrecion, van het recht op wonen op international niveau. Tegelijkertijd dient het als platformin voor het formuleren van strategien van de niet gouvernementele sectoren en het formuleren van publieke regelgeving en programmas inzake humane nederzettingen.
[7] De wet 341 werd gestemd in 2000. Deze wet zorgt ervoor dat de “Instituto de Vivienda de la Ciudad” (IVC)van de stad Buenos Aires sociale leningen kan verschaffen voor het kopen of bouwen van woningen aan individuen maar ook aan verenigingen zonder winstoogmerk, coöperatieven en mutualiteiten.
[8] (El Informador, órgano de comunicación del MOI, octubre 2008).
[9] Helaas mag ik geen “ayuda mutual” meer doen, ze kunnen me niet verzekeren. De enige keer dat ik het gedaan heb was het heel fijn
[10] De FUCVAM is de Uruguayaanse federatie van wooncooperatieven die reeds 30 jaar bestaan en één van de eersten op het coninent die zelf hun woningen bouwden
[11] VERTOMMEN S., De neoliberale ontwikkelingen in Latijns-Amerika: de neerslag op urbanisering, in: DOOM R. (Red.), Conflict en ontwikkeling: Overleven in de grensgebieden van de globalisering, Gent, Academia Press, 2008, pp. 65-88.
[12] Vrij vertaalt website MOI; http://www.moi.org.ar