DAKLOZEN VERDIENEN OOK GOED BESTUUR
Het vriest één nacht en meteen blijken er tientallen opvangplaatsen voor daklozen te weinig. Sans-papiers meer rechten geven, zou volgens GEERT SCHUERMANS al de helft van dat probleem oplossen.
Gisteren (dinsdag 15 december) liep de procedure af waarin mensen zonder wettig verblijf hun verblijfssituatie konden regulariseren. Deze langverwachte maatregel was een stap in de goede richting. Hij zorgde ervoor dat een aantal mensen nu eindelijk hun leven kunnen opbouwen in de samenleving waar ze al zo lang deel van uitmaken. Maar ook na deze regularisatieperiode zullen er nog mensen zonder wettig verblijf bestaan. Los van de vraag of deze mensen in België moeten kunnen blijven, zouden ze, zolang ze hier zijn, een beroep moeten kunnen doen op de essentiële grondrechten waarvan elke mens zou moeten kunnen genieten. Het is enkel als we deze essentiële grondrechten in de praktijk brengen dat we mensonterende toestanden en de maatschappelijke problemen die daarmee gepaard gaan, vermijden.
Vooral in de stedelijke gebieden zien wij veel mensen zonder wettig verblijf die zich vaak in onmenselijke situaties bevinden. Ze vormen een rechtenloze onderklasse. Zo mogen mensen zonder wettig verblijf niet werken. Maar aangezien ze, net als iedereen, moeten rondkomen, doen ze dit toch. Clandestien. Op die manier wordt een deel van onze arbeidsmarkt uitbesteed aan een verdoken circuit. Dat levert sommigen misschien een goedkope poetshulp op, maar de arbeidsrechten van die poetshulp worden wel massaal met voeten getreden. Werkgevers weten immers maar al te goed dat deze werknemers niet in de positie verkeren om te protesteren.
Ook op de woonmarkt staan mensen zonder wettig verblijf in een zwakke positie. Nogal wat eigenaars willen hun woning niet aan hen verhuren. Anderen denken dat het verboden is. Sociale huisvesting is dan wee niet toegankelijk voor mensen zonder wettig verblijf. Hierdoor vormen ze een makkelijke prooi voor huisjesmelkers. Ze betalen veel geld voor ongezonde en vaak onveilige kamers. Maar als ze een klacht indienen en de woning onbewoonbaar verklaard wordt, staan ze op straat.
We beseffen dat dit pleidooi in tijden van stijgende armoede niet op algemeen gejuich onthaald zal worden. De problematiek ligt erg gevoelig. Maar politieke leiders moeten meer durven te doen dan zomaar hun electoraat achternalopen. Het blijkt nogal wat van onze gekozenen aan politieke moed te ontbreken om hun nek uit te steken voor mensen zonder wettig verblijf. Politici weten wel in welke schrijnende omstandigheden deze mensen soms moeten leven, maar hebben schrik voor een te soft imago. In de ogen van de beleidsmakers is er bij de bevolking geen draagvlak om tot menselijke, structurele oplossingen te komen en daar houden ze het dan maar bij.
Op het lokale niveau denken beleidsmakers nog te vaak dat ze dit vraagstuk kunnen oplossen door het te negeren of door louter op repressie te mikken. Soms lijkt het erop alsof het beleid mensen zonder wettig verblijf echt viseert met bureaucratische pesterijen. Men hoopt klaarblijkelijk dat als men ze maar genoeg lastig valt met allerlei onzinnige formaliteiten, ze wel naar een andere stad of gemeente zullen verhuizen. Deze aanpak is absurd en contraproductief.
In sommige steden en gemeenten kiezen ze ondertussen al voor een meer realistische aanpak. Het inzicht groeit dat als je mensen sterk genoeg maakt om aan het maatschappelijke leven te participeren, ze ook minder problemen veroorzaken. Het is waar dat mensen zonder wettig verblijf wel eens voor overlast zorgen, maar dat doen ze niet voor hun plezier. Het is een gevolg van hun strategie om als persoon zonder rechten te overleven. Maar als deze mensen mogen werken, moeten ze niet op een andere manier aan een noodzakelijk inkomen geraken. Als ze recht hebben op een behoorlijke woning, vallen ze niet in handen van huisjesmelkers. Als ze het recht hebben op (voortgezet) onderwijs, kunnen ze daarna ofwel meer aan onze samenleving bijdragen, ofwel zullen ze, indien ze terugkeren, meer voor hun land van herkomst kunnen betekenen.
Het garanderen van grondrechten is gebaseerd op de Belgische grondwet, mensenrechtenverdragen en internationale akkoorden waar België zijn handtekening onder plaatste. De overheid moet hiervoor instaan, ook als het over mensen gaat die niet over de juiste documenten beschikken. Niet alleen omdat het moet, maar ook om samenlevingsproblemen beter onder controle te krijgen en maatschappelijk kwetsbare buurten meer leefbaar te maken. Rechten garanderen voor mensen zonder wettig verblijf is dus ook goed bestuur.


