Stad Brussel lapt wet aan haar laars
Vorig jaar gingen 162 mensen zonder papieren in hongerstaking. Om deze actie te voeren hadden ze een leegstaand gebouw bezet in de Koningstraat 91 in Brussel. Dit gebouw was en is eigendom van de Franse gemeenschap en stond toen al een hele tijd leeg. De eigenaar had er geen concrete plannen mee. De hongerstaking leverde (een bescheiden) resultaat op. Iedereen kreeg recht op een tijdelijke verblijfsvergunning van drie maand (een “oranje kaart”). Wie binnen deze drie maand werk kon vinden kon de vergunning laten verlengen. Er zat wel een addertje onder het gras. Om de oranje kaart te bekomen moet je eerst ingeschreven worden in de gemeente. Voor de meeste hongerstakers was dat geen probleem. Zij hadden elders een woonplaats, die ze hadden verlaten om deel te nemen aan de actie. Dertien actievoerders bleven achter, omdat ze geen andere woning hadden. Nu zou dat ook geen probleem mogen stellen. De wet met betrekking tot de inschrijving in het bevolkingsregister is heel uitdrukkelijk en eenduidig: Wie kan bewijzen ergens te wonen moet daar door de gemeente worden ingeschreven, zelfs als hij geen huurcontract heeft, of als hij bijvoorbeeld een gebouw kraakt. Maar de wet mag dan al heel duidelijk zijn, de stad Brussel lapt ze royaal aan haar laars. Zij blijft nu al meer dan een jaar weigeren om de bewoners in te schrijven. Zij stelt als voorwaarde dat de bewoners een overeenkomst moeten afsluiten met de eigenaar, de Franse Gemeenschap. Hoewel deze laatste tot nu toe de bezetting getolereerd heeft, heeft ze nooit een overeenkomst willen afsluiten. De houding van de Stad Brussel wordt nog onbegrijpelijker en wraakroepender als je weet dat de minister van binnelandse zaken zelf de stad al twee keer heeft aangemaand om te doen waartoe ze wettelijk verplicht is, deze mensen inschrijven.


